Invloed van het reliëf

Het reliëf heeft op twee manieren invloed op het klimaat. Dit heeft zijn invloed voornamelijk op de temperatuur en de neerslag. We gaan eerst kijken wat de invloed van het reliëf op de temperatuur is.

Naarmate je hoger komt, hoe kouder het wordt. Misschien kun je je een vakantie herinneren in de bergen toen je in je korte broek aan de wandeling begon en dat je boven op de berg stond te rillen van de kou. Per honderd meter dat je stijgt, neemt de temperatuur met ongeveer o,6 graden Celsius af. Als je dus een kilometer omhoog bent geklommen tijdens je wandeling, dan is het daar dus 6 graden kouder. Vandaar dat op hoge bergtoppen zelfs in de zomer nog sneeuw ligt, dit noem je ook wel eeuwige sneeuw.

 

 

 

Het reliëf heeft ook invloed op de neerslag. Soms is er tussen een hogedrukgebied en een lagedrukgebied een hoogte verschil, bijvoorbeeld een berg. De lucht moet stijgen om over de berg heen te komen. En zoals we net gezien hebben kan het boven op de berg erg koud zijn. De lucht koelt dus af en kan minder waterdamp bevatten. De lucht moet dus een deel van zijn waterdamp kwijt en doet dit in de vorm van neerslag. Aan de kant van de berg waar de lucht vandaan komt, de loefzijde, zal het veel vaker regenen of sneeuwen dan aan de andere kant van de berg, de lijzijde. Dit noemt men stuwingregens. De lucht is dan al zijn vocht kwijt en bovendien daalt de lucht weer waardoor het warmer wordt en meer waterdamp kan bevatten.